€ 49,--

HKHFBSTraining opvoedings-
vaardigheden voor ouders van peuters en kleuters.
In een basisset zit één trainershandleiding en één boekje voor de ouder.


 


 

 

 

bestellen-knop



Auteur: drs Esther ten Brink

Kleine kinderen" zijn niet altijd "fijne kinderen".

Als ouders heb je vaak je handen vol aan je peuter of kleuter. Kleine problemen worden snel grote problemen. Dit boekje kan een steuntje in de rug zijn voor ouders. Stapsgewijs leren ouders hoe zezelfstandig de problemen aan kunnen pakken. Veelal zal dit voldoende zijn en kunnen ouders daarna weer meer genieten van een leeftijdsfase, die eindeloos lijkt maar toch ook zo weer voorbij is. Wanneer de opvoeding van peuters en kleuters gecompliceerder wordt door andere factoren dan kunnen opvoedinssituaties uit de hand lopen.
Dit kunnen ouderfactoren zijn, zoals depressiviteit, kindfactoren zijn zoals hyperactiviteit, impulsiviteit en aandachtsproblemen, en gezinsfactoren, zoals financiële problemen en familieconflicten. Al deze factoren zijn van invloed op het opvoedkundig handelen van de ouder en de mate waarin dit handelen effectief is. Bij deze gezinnen is soms meer hulp nodig.
Het aanleren van (extra) opvoedings- vaardigheden met behulp van "Hoe kleiner hoe fijner" kan dan een plaats krijgen binnen een breder hulpaanbod. Soms is extra ondersteuning nodig in de vorm van een groepsoudertraining om de opvoedingsvaardigheden succesvol toe te kunnen passen. Ouders moeten dan de opvoedingsproblemen kunnen scheiden van andere problemen. Voor de trainers is een aparte trainershandleiding ontwikkeld van "Hoe kleiner hoe fijner".
Ouders maken gebruik van het ouderboekje "Hoe kleiner hoe fijner".

Opzet van "Hoe kleiner hoe fijner".
Elk hoofdstuk of elke bijeenkomst bestaat uit een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte. Aan het eind van elk hoofdstuk of elke bijeenkomst staan één of meer huiswerkopdrachten. Elk hoofdstuk of elke bijeenkomst is een vervolg op het vorige hoofdstuk of de vorige bijeenkomst. Er zit een opbouw in van makkelijker vaardigheden naar moeilijker vaardigheden. Ook is er in de opzet van het boekje of de oudertraining voor gekozen om eerst de aandacht te richten op gedrag dat goed gaat en het versterken van gedrag. Pas daarna komt het omgaan met ongewenst gedrag aan bod. Straffen, de vaardigheid waar ouders over het algemeen het meest en het eerst op terugvallen komt als laatste ter sprake. Wanneer ouders zelfstandig werken met het boekje dan kunnen zij het tempo zelf bepalen. In een individuele ouderbegeleiding kan het tempo aan de ouders worden aangepast. In een groepsoudertraining kan er wekelijks een bijeenkomst gepland worden. In alle gevallen is het raadzaam dat als er sprake is van twee opvoeders ook beide opvoeders de opvoedingsvaardigheden gaan toepassen. Aan de groeps-oudertraining zullen dan ook zoveel mogelijk beide ouders deelnemen.

Inhoud van "Hoe kleiner hoe fijner".

1. Als eerste leren ouders de problemen terug te brengen tot concreet gedrag. Dus niet 'slecht luisteren' maar 'hij gaat niet naar boven als ik dat zeg'. Alle problemen worden geinventariseerd. Vervolgens worden alle problemen omgezet in haalbare doelen, bijvoorbeeld 'ik wil dat ze 's avonds in haar bed blijft als ik haar heb ingestopt'. Wil je iets kunnen veranderen aan het gedrag van je kind dan moet je goed kunnen kijken naar dit gedrag. Ouders leren hoe ze gedrag moeten observeren door middel van observatie-opdrachten.

2. Ouders ervaren een probleem in de opvoeding op het moment dat ze iets willen van het kind en het kind hier niet aan voldoet. Bij jonge kinderen is het belangrijk dat je als ouder een idee hebt van wat je kunt verwachten van een kind. Problemen ontstaan als je te hoge of te lage eisen stelt aan een kind. Door informatie te geven over de ontwikkeling van peuters en kleuters leren ouders eisen beter af te stemmen op de mogelijkheden van hun peuter of kleuter.

3. Wanneer ouders concreet weten wat ze willen van hun kind en dit hebben aangepast aan de mogelijkheden van het kind gezien zijn leeftijdsfase, dan zijn regels en grenzen nodig om dit gedrag aan te leren en/of af te leren. Ouders leren hoe ze duidelijke heldere regels en grenzen kunnen opstellen en hoe ze die zo effectief mogelijk kunnen toepassen.

4. Kinderen leren regels en grenzen door middel van complimentjes en kritiek. Het geven van een goed en effectief complimentje en het geven van effectieve kritiek zijn belangrijke opvoedingsvaardigheden, die uitgebreid aan bod komen.

5. Wanneer bepaald gedrag moeilijker aan of af te leren is, dan kan een goed observatie-schema ouders inzicht geven in de factoren die bepaald gedrag in stand houden of versterken. Ouders leren te werken met een observatie-schema.

6. Aan de hand van een aantal observaties leren ouders een plan op te stellen waarmee ze bepaald gedrag kunnen versterken. Ze kunnen dan òf de situatie veranderen en/of de gevolgen veranderen. Ze leren gebruik te maken van versterkers.

7. In de volgende stap leren ouders hoe ze bepaald gedrag kunnen verminderen. Ze leren hoe ze het kind kunnen negeren, het apart kunnen zetten en/of te straffen. Ouders leren waarom straffen, de strategie waar ze het eerst en het meest voor hebben gekozen, in de meeste gevallen ineffectief is. Ze leren wanneer ze het beste voor welke strategie kunnen kiezen. Deze vaardigheden kunnen ook weer in een gedrags-veranderingsplan worden opgenomen.

8. Aan het eind van het boekje wordt gekeken welke doelen gehaald zijn, die ouders aan het begin hebben opgesteld. Voor de resterende problemen worden plannen gemaakt en uitgevoerd.

Achtergrond.
"Hoe kleiner hoe fijner" is een voornamelijk gedragstherapeutisch ouder- trainingsprogramma. In trainingsvorm is het een mediatie-programma. Dat wil zeggen dat via de ouders het gedrag van het kind wordt beinvloed. Zowel binnen het opvoedsteunpunt als binnen de jeugdzorg vormen de ouders van peuters en kleuters een groot deel van het totaal aantal aanmeldingen.
Naast een grote verscheidenheid in ernst en soort problematiek zijn er ook grote overeenkomsten. Vanuit deze realiteit ontstond de behoefte aan een oudertrainings- programma, dat zich specifiek richtte op deze doelgroep. Bestaande ouder- trainingsprogramma's richtten zich niet specifiek op deze doelgroep, terwijl juist deze leeftijdsfase zich zo sterk onderscheidt van andere leeftijdsfasen. Juist de informatie over de ontwikkeling van peuters en kleuters bleek een bruikbaar kader voor opvoedingsadviezen. In dit boekje of oudertrainingsprogramma ligt de nadruk op de overeenkomsten terwijl de praktische uitvoering recht doet aan de ver- schillen in keuzes, stijl en mogelijkheden van iedere ouder. Na het ontwikkelen van een oudertrainingsprogramma voor ouders van peuters en kleuters en vele jaren van bijschaven bleek er in de praktijk steeds meer behoefte aan een handzaam laagdrempelig boekje voor ouders zelf, dat voor specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld drukke impulsieve peuters en kleuters) gebruikt zou kunnen worden of voor ouders als onderdeel van een totaal-hulpaanbod maar ook voor ouders die zelfstandig de opvoedingsvaardigheden in praktijk wilden brengen. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in dit kleurige laagdrempelige boekje "Hoe kleiner hoe fijner" en in een aparte handleiding voor de trainers.

Materiaal.
Trainershandleiding
Hoe kleiner hoe fijner boekje


bestellen-knop