DESDTRede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar ‘Diagnostiek en behandeling van kinderen met dyscalculie’ aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht.
 








Auteur: J E H (Hans) van Luit
ISBN/EAN: 9789075129885

In de eerste plaats ervaren mensen met dyscalculie vooral op latere leeftijd ernstige problemen vanwege hun stoornis. Dit komt doordat de beperkingen die zij ondervinden ertoe bijdragen dat ze niet in staat zijn om een opleiding te kunnen volgen die ze zonder deze stoornis wellicht wel hadden kunnen volgen. Bovendien draagt deze stoornis bij aan beperkingen in het maatschappelijk verkeer, zowel in de beroepsuitoefening als in hun vrije tijd. In de tweede plaats is het opvallend dat veel dyscalculici tot in de late adolescentie en volwassenheid hun vingers blijven gebruiken om het uitrekenen van geldhandelingen, eenvoudige rekenopgaven of tijdbepalingen mogelijk te maken. De stoornis dyscalculie heeft vergaande consequenties voor de persoon zelf en zijn omgeving.
In de rede zal vanuit wetenschappelijke bevindingen onder andere worden ingegaan op de inhoud en kenmerken van de stoornis en de neurologische achtergrond in relatie tot klinische ervaringen. Er wordt ook ruimschoots aandacht besteed aan praktische consequenties. Zo wordt onderbouwd dat methodemakers veel meer rekening moeten houden met de moeilijkheden die zwakke renenaars en kinderen met dyscalculie ervaren bij het dagelijkse rekenwerk.
Verder wordt er op gewezen dat het overheidsbeleid onvoldoende rekening houdt met de consequenties van deze stoornis. De regelgeving van de overheid is zeer terughoudend, maar het zou goed zijn vooral inspecties beter aan te sturen. Veel inspecties menen ten onrechte dat dyscalculie bijna niet voorkomt en als het al voorkomt dat dit te maken heeft met beperkte cognitieve vermogens. Uit onderzoek blijkt echter dat dyscalculie bij 2 à 3 procent van de bevolking voorkomt en niet verklaard kan worden door een verstandelijke beperking.
Een andere belangrijke constatering is dat veel orthopedagogen en psychologen te weinig kennis van zaken hebben om adequaat onderzoek naar dyscalculie te kunnen doen en daarom niet in staat zijn een dyscalculieverklaring op te stellen die recht doet aan de onderwijsbehoefte van het individuele kind. Kwaliteit van diagnostisch onderzoek moet gewaarborgd zijn. We pleiten daarom voor intensivering van adequate na- en bijscholing. Vanwege het zeer specialistische karakter is de totstandkoming van een bestand van erkende, goed opgeleide, diagnostici onontbeerlijk.
Verder pleiten we ten behoeve van kinderen met een dyscalculieverklaring voor vrijstelling van de verplichte rekentoets, waar middelbare scholieren binnenkort als onderdeel van het eindexamen aan moeten voldoen.

Bestel dit boek gratis via de auteur per Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
(Er zal €5,-- verzend- en administratiekosten in rekening worden gebracht)